E.B.S.
In Vogelvlucht |
 |
|
Jaar |
Gebeurtenis |
|
1908 |
Algemene
concessie aan de N.I.G.M. (Nederlandsch
Indische Gasmaatschappij). Start bouw
Gasfabriek. |
|
1909 |
25 oktober 1909:
Opening Gasfabriek. 1082 lichtpunten en 88
gasmeters.
Prijs: 20
cent per kubieke meter voor huishoudens; 16
cent per kubieke meter voor industriële
gebruikers. |
|
1929 |
Bouw
Electriciteitscentrale aan de
Saramaccastraat. |
|
1932 |
Inbedrijfstelling Electriciteitscentrale.
Geďnstalleerd: 3 dieselmotoren met een
vermogen van 1300 pk
Aangelegd:
Hoogspanningsnet van 7,5 km.
Laagspanningsnet van 41 km.
Transformatorvermogen van 240 KVA. |
|
1950 |
N.I.G.M.
wordt OGEM (Overzeesche Gas- en
Elektriciteitsmaatschappij) |
|
1996 |
Geďnstalleerd: 11 motoren met een totaal
vermogen van 65 Megawatt |
Het Begin
In 1906 maakte de Regering onder leiding van
Gouverneur Idenburg een aanvang met de
onderhandelingen met de Nederlandsch Indische
Gasmaatschappij (N.I.G.M.) in Nederland voor het
opzetten van een gasfabriek in Paramaribo. Na een
jaar van onderhandelen werd overeengekomen dat deze
maatschappij gas voor Paramaribo zou leveren en in
September 1908 begon de constructie van Suriname’s
eerste gasfabriek. Gedurende het gehele jaar van
voorbereiding prezen de kranten de voordelen van
verlichte straten en het gemakkelijke gebruik van
gaslampen in huis. De fabriek werd ingericht voor
een dagproduktie van 2000 m3 gas, waaronder
inbegrepen het te leveren gas voor particuliere
verlichting en er werden 380 stadslantaarns
geplaatst met gloeibranders van 40 á 50
lichtkaarsen.
De hoge lantaarnpalen waren van hetzelfde model als
die van de Koninklijke Residentie te Den Haag en
voorzien van Berlijnse branders. Voor de
straatverlichting zou het Gouvernement per jaar, per
gaslantaarn Sf. 50,- betalen voor 2300 branduren.
Voor verlichting gold een prijs van 20 cent per m3
en voor industriële doeleinden 16 cent per m3. Bij
de aanleg van de fabriek en het buizennet werkten
ruim vierhonderd mensen.
Op 25 oktober 1909 werd de fabriek officiëel geopend
en het enthousiasme van de bevolking was
overweldigend. Het was een dag vol feestvreugde. Een
grote menigte van mensen liep door de straten van
Paramaribo. Vooral in de Saramaccastraat was het een
drukte van jewelste. Er werden toespraken gehouden
en de gehele dag door werd er gedanst op muziek van
de militaire kapel. In 1909, het jaar van de opening
van de fabriek, werden 1082 lichten en 88
straatgaslantaarns aangelegd. Het hoofdkantoor van
de onderneming was gevestigd op het terrein aan de
Saramaccastraat.
De oorlog en het effect
daarvan
10 mei 1940: Inval van het Duitse leger in Nederland
en het begin van de Tweede Wereldoorlog, die tot dan
toe een soort “koude oorlog” was geweest. Het nieuws
sloeg in als een bom. Het gasbedrijf in Suriname was
volkomen geďsoleerd van de N.I.G.M in Rotterdam. De
zetel van de N.I.G.M werd eerst van Rotterdam naar
Nederlandsch Oost-Indië verplaatst. Na de aanval van
Japan op Nederlandsch Oost-Indië werd opnieuw de
zetel verplaatst, dit keer naar Curacao. Toen in
Suriname in hetzelfde jaar de staat van beleg werd
afgekondigd, kwam het bedrijf vrijwel direkt onder
militair toezicht te staan. Hoe langer de oorlog
duurde, hoe gecompliceerder de problemen werden om
het bedrijf op gang te houden en van het aller
noodzakelijkste te voorzien. Al snel waren de
voorraden uitgeput, de etalages stonden helemaal
leeg en materialen waren steeds moeilijker te
vinden.
Toen in 1945 de oorlog afgelopen was, kon het
kontakt met de N.I.G.M in Nederland hersteld worden.
Na de oorlog werd de uitbreiding van het bedrijf
krachtig ter hand genomen. In 1950 werd het oude
systeem van straatverlichting vervangen door
algehele electificatie van straatverlichting. De
vraag naar elektriciteit voor industiële en
commerciële doeleinden en voor huishoudelijk gebruik
nam een enorme vlucht en in 1951 was de onderneming
druk bezig met het installeren van nieuwe machines.
De aankoop van nog meer aggregaten in 1954 en 1957
bracht de productiecapaciteit op 11470 kW terwijl in
die tijd Paramaribo een maximumbelasting had van
6400 kW.
De distributie van opgewekte energie werd verzorgd
door 171 transformatorstations. In 1956 werd een
geheel nieuwe gasinstallatie in bedrijf gesteld, die
gas produceerde volgens een nieuw procédé:
dieselolie catysis. De ijzeren pijpleidingen werden
vervangen door pijpen van asbest, cement en plastic.
De lengte van het gasbuizennet bedroeg toen 77 km.
Tussen 1950 en 1960 liepen de gasaansluitingen op
van 1900 tot 6100, terwijl de productie steeg van
1.3 tot 3.5 miljoen m3.
Naamsverandering
In 1950 vond de naamsverandering plaats van
Nederlandsch Indische Gasmaatschappij naar
Overzeesche Gas- en Electriciteitsmaatschappij en
aldus werd de naam meer in overeenstemming gebracht
met de gewijzigde omstandigheden. Zoals het bedrijf
eerder gebruik maakte van de intialen N.I.G.M., werd
daarna gesproken van O.G.E.M. totdat in 1970
definitief werd afgestapt van de lange naam en
alleen “OGEM” overbleef.
Concessie E.B.S.
Met ingang van 1 januari 1972 werd aan de
Vennootschap voor de duur van 50 jaar concessie
verleend voor het installeren en in bedrijf stellen
van machines en installaties in geheel Suriname voor
de opwekking van elektrische energie, alsmede het
distribueren van zelf opgewekte of van anderen
betrokken energie e.e.a. met als doel het leveren
van energie aan derden. De overheid had zich evenwel
het recht voorbehouden om in het concessiegebied
eveneens de noodzakelijke installaties aan te
leggen, zulks in het kader van haar
industrialisatie- en sociaal beleid, welke het
mogelijk maakte elektrische energie aan derden te
leveren tegen speciale tarieven en voorwaarden. De
tarieven welke door de concessionaris bij de
distributie werden gehanteerd moesten worden
goedgekeurd door het Gouvernement, waarbij bepaald
werd dat de tarieven zodanig dienden te zijn dat
niet meer dan een redelijk rendement werd behaald
over het werkzame vermogen.
Hieronder werd verstaan de jaarwinst na aftrek van
afschrijvingen en belastingen, vermeerderd met
rentelasten na belastingen, uitgedrukt in een
percentage van het in de vennootschap werkzaam
vermogen onder aftrek van de niet-rentedragende
schulden. De bovenvermelde afschrijvingen werden
berekend over de vervangingswaarde (exclusief de
afschrijvingspercentage, zoals toegelicht onder
materiële vaste actieva).
Stroomleveringsovereenkomst Brokopondo
Tussen de Regering en de EBS werd op 17 mei 1972
overeengekomen dat Suriname krachtens de
Brokopondo-overeenkomst ten behoeve van de
vennootschap jaarlijks gedurende de duur van de
verleende elektriciteitsconcessie electriciteit zou
leveren aan de 161 kV rail van het 161/33 kV
transformatorstation te Paranam, waarbij voor de
inrichtingen ten aanzien van meting van de afname,
alsmede het onderhoud daarvan, nadere regelingen
werden getroffen.
Energie opwekken
Energie kan niet uit het niets ontstaan. Energie kan
ook niet aangemaakt worden en moet dus ergens
vandaan komen. In de loop der eeuwen is in de natuur
de zogenaamde “primaire energie” gevormd en van deze
“primaire energie” of “energiebronnen” maken wij
gebruik om via energietransformatoren te komen tot
een energiesoort, die door de mens gemakkelijk
gebruikt kan worden. Deze energiesoort staat bekend
als elektrische energie.
In een elektriciteitscentrale wordt primaire energie
omgezet in elektrische energie. De volgende
energiebronnen zijn voor elektriciteitscentrales
geschikt:
- Kinetische en
potientiële energie van het water van
rivieren en meren. Transformatie van deze
energie geschiedt in een waterkrachtcentrale,
zoals Afobaka.
- Fossiele
brandstoffen uit mijnen (steenkool),
olievelden (aardolie) en gasbellen (gas) De
primaire energie is hier gebonden in deze
brandstoffen en komt vrij wanneer
deze chemisch reageren met lucht. De
transformatie van deze primaire energie in
elektrische energie geschiedt in thermische
centrales (dieselcentrales, roomcentrales.
- Uranium (235)
- splijtingsenergie van uraniumkernen. In
een kern-energiecentrale wordt de
bindingsenergie van uranium (235) omgezet in
elektrische energie.
- Windenergie:
in een open vlakte drijven de bladen van de
windmolen de generator aan.
- Zonne-energie:
door middel van Photovoltaische cellen.
Bij de N.V. E.B.S.
wordt in de dieselcentrale elektrische energie
opgewekt, en wel als volgt Gebonden energie in
dieselolie (nu LVGO van Staatsolie) wordt verbrand
in dieselmotoren en omgezet in mechanische energie (
LVGO = Light Vacuum Gas Oil).
De mechanische energie wordt aan de krukas van de
dieselmotor afgenomen. De krukas is verbonden met de
rotoras van een generator. De aan de krukas
afgenomen mechanische energie wordt dan aangewend om
een generator aan te drijven en zo wordt dan via een
elektro-magnetische koppeling in de ruimte tussen de
rotor en de stator, elektrische energie opgewekt aan
de klemmen van de generator. Deze elektrische
energie wordt dan met een bepaalde gewenste spanning
naar de kant gebracht d.m.v. transformatoren en
lijnen of kabels.
In de elektriciteitscentrale van de E.B.S. staan er
momenteel 10 dieselgeneratoren opgesteld, die
gezamenlijk een nominaal vermogen moeten kunnen
leveren van 53,6 MW, indien ze allemaal in orde
zijn. (1 Mega Watt = 1000 Kilo Watt/ 1 MW=1000kW)
Doordat dieselmotoren veel slijtende onderdelen en
draaiende delen hebben, moeten deze periodiek
vervangen en gereviseerd worden.
Alle onderdelen
moeten uit het buitenland geďmporteerd worden en
dienen ook in voorraad te zijn om geen wachttijden
te hebben. Indien de onderdelen vanwege financiële
problemen niet op tijd arriveren, zullen generatoren
uit bedrijf blijven.
Momenteel is het
beschikbare vermogen van de elektrische centrale
slechts 26,5 MW. De rest (53,6 MW - 26,5 MW = 27,1
MW) is niet beschikbaar, vanwege defect, revisie of
het niet beschikbaar zijn van onderdelen.
De technische operatie vanuit Paramaribo (afd.
DB) houdt in:
- opwekking van
mechanische energie
- opwekking van
elektrische energie
- distrubutie
-
meteropname/betalingen (assistentie aan de afd.
Incasso voor Alliance, Coronie en Wonoredjo)
- normaal
dagelijks onderhoud
- groot onderhoud
via structuren van bestaande afdelingen.
Elektrische energielevering
door suralco
Van de Suralco wordt volgens de
Brokopondo-overeenkomst vanaf 1965 een hoeveelheid
elektrische energie gekocht van 80 miljoen
kiloowatturen (80 GWh) bij een vermogen van
gemiddeld 9 MW en een piek van 16 MW. Dit heet
Hydro-elektrische energie. Er is ook een additionele
levering die Systeem-energie heet.
Hierbij dan de N.V. E.B.S. 175 GWh betrekken op
jaarbasis bij een piekvermogen van 20 MW. Dit brengt
ons jaarlijks total van Suralco op 80 + 175 GWh =
225 GWh bij een piek vermogen van 16 + 20 MW = 36
MW.
Volgens jaarlijkse surplus contracten wordt de
laatste jaren nog ± 25 GWh bij ongeveer 6 MW
belasting betrokken.
De laatste 3 maanden in 1998 werd nog eens 25 GWh
bij een belasting van 5 MW getrokken van Suralco
vogens een speciale overeenkomst.
In total kan van de Suralco momenteel een
piekbelasting van 42 MW getrokken worden en de
hoeveelheid getrokken energie is ± 255 Gwh (plus 25
GWh extra).
De groeivraag van het EBS-net heeft in 1988 een
hoogte van 80 MW bereikt, waarbij er total 512 GWh
is geproduceerd ( inkoop + opwekking). Momenteel
fluctueert het tussen de 75 en 77 MW. Er is
jaarlijkse groei van ongeveer 8 tot 10 %. De eigen
opwekking van de EBS en de ingekochte energie van
Suralco moeten nu samen de vermogensbehoefte van
Groot-Paramaribo, en grote delen van Wanica, Para,
Commewijne en Saramacca dekken.
SUBSIDIE D.E. – SEKTOR
Ingevolge artikel 1 lid 5 van de overeenkomst inzake
inbreng hoogspanningslijn Paranam/Houttuin en
Districtselektrificatie Bedrijven in de EBS dd. 17
mei 1972 komen de baten en lasten van D.E.- sector
vanaf 1 januari 1972 voor rekening van de
vennootschap. Ten aanzien van de exploitatie van de
D.E. –sektor is in artikel 4 bepaald dat, indien in
enig jaar dat de D.E.- sector een explotatie verlies
vertoont, voor het bedrag van dit tekort het land
aan de vennotschap een subsidie zal verlenen. Een
eventueel exploitatie overschot zal het land ten
geode komen.
In artikel 8 van de overeenkomst is ten aanzien van
de aan de D.E.- sector in rekening te brengen rente
bepaald dat over de inbreng geen rente zal worden
berekend, terwijl de rente over specifiek ten
behoove van de D.E –sektor aangetrokken leningen
tegen gelijke rentevoet zal worden belast. Voor de
saldo der financiering zal tegen de geldende
bankrente interest worden doorberekend. In artikel 4
lid 5,6,7 is bepaald dat de verrekening van de
subsidie in maandelijkse termijnen zal geschieden op
basis van de begrote exploitatierekening, terwijl de
definitieve afrekening terstond zal geschieden voor
September van het daarop volgen jaar op basis van
een door een accountant gecontrolerde jaarrekening
van de D.E.- sector.
In 1972 is de bedrijfsvoering van 15 in de
districten aanwezige elektrische centrals van de
afdeling Districtselektrificatie van het toenmalige
Ministerie van Districtsbestuur en Decentralisatie,
overgenomen door de bij die gelegenheid in het leven
geroepen afdeling Districtesbedrijven (DB) van de
N.V. E.B.S. op Joint Venture basis. De
bedrijfskosten zijn sindsdien drastisch afgenomen.
Momenteel zijn er 4 nagenoeg zelfstandig opereren
units in bedrijf met een opgesteld vermogen van
total 2697 kW en wel als volgt verdeeld:
- Alliance : 4
eenheden - 512 kW
- Apoera : 3
eenheden - 450 kW
- Boskamp : 3
eenheden - 475 kW
- Coronie : 4
eenheden -1675 kW
In het district
Nickerie is ere en zelfstandig draaiend
elektriciteitsbedrijf onder beheer van de sectie
EPAR (Elektriciteitsbedrijf Paramaribo) van ons
bedrijf. De garantie voor de elektrische voorziening
in de districten Brokopondo en Albina behoort, sinds
de oorlogshandelingen in deze gebieden (nov/dec
1986), tot de zorg van de Overheid.
[Sitemap]

©
Copyright N.V. Energiebedrijven
Suriname.
Paramaribo - Suriname, All Rights Reserved. |