Straatverlichting

Verlichting speelt in deze moderne samenleving een belangrijke rol. Goede verlichting draagt bij aan het verhogen van het veiligheidsgevoel van bewoners, voorbijgangers en de verkeersveiligheid. Het zorgdragen voor adequate verlichting van openbare wegen en openbare plekken in Suriname, is de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen. De EBS is belast met de aanleg, het onderhoud (re-conditionering), het opheffen van storingen en de optimalisatie van de totale straatverlichtingsinfrastuctuur.

 

AANVRAAG STRAATVERLICHTING

De aanvraag voor straatverlichting kan middels een schriftelijk verzoek aan het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen.

Voor de aanvraag van straatverlichting voor verkavelingsprojecten is de verkavelaar terecht bij de EBS. De verkavelaar doet een deelbijdrage.

Materialen die nodig zijn bij aanleg, het onderhoud en de re-conditionering en optimalisatie van het straatverlichtingsnetwerk zijn: fotocellen, fotocel brackets, netklemmen, vliegzekering elementen, uithangers, stuurdraad en armaturen. Soms komt het voor dat er eerst voorzieningen in het netdeel getroffen moeten worden, vanwege onvoldoende vermogen.

Terug naar boven

 

ONDERHOUD

Landelijk zijn er ruim 70.000 tot 80.000 armaturen in het elektriciteitsnet van Suriname.
Preventief onderhoud van het straatverlichtingsnetwerk is nodig om storingen aan de straatverlichting zoveel mogelijk te voorkomen. De vervanging van oude lampen vindt plaats op basis van bijgehouden parameters voor branduren. De onderhoudswerkzaamheden van straatverlichting omvatten verder, de controle en schoonmaak van de armaturen en het mastnummer. Begroeiing in het net of omgevallen bomen of takken, zijn vaak genoeg de oorzaak van storingen. EBS draagt ook zorg voor het regelmatig onderhoud van de begroeiing in de omgeving van de masten.

Terug naar boven

 

STORINGEN

Het aanvragen van nieuwe straatverlichtingsarmaturen en het doorgeven van storingen gaat via de EBS Call Center op het nummer 175.

Jaarlijks krijgt de EBS te maken met tientallen storingen als gevolg van mastaanrijdingen.
Dit heeft vaak tot gevolg dat de stroomvoorziening in de betreffende buurt onverwachts wordt onderbroken. Losgeraakte elektriciteitsdraden of kapotte armatuurdelen vormen een groot gevaar voor de veiligheid van omstanders. Een beschadigde elektriciteitsmast of straatlamp is onveilig en moet meteen gerapporteerd worden.

Terug naar boven

 

KORTE GESCHIEDENIS

Het straatverlichtingsnetwerk heeft zich flink uitgebreid. In de tijd dat er nog geen straatverlichting bestond, maakten mensen – die s’avonds de straat op gingen – gebruik van een “kokolampu” (petroleumlantaarn).

Op 7 januari 1786 komt hier verandering in. De burgerij in Paramaribo wordt door middel van intekenlijsten, die de stad rondgingen, gevraagd te tekenen voor straatverlichting. Voor de belangrijkste straten in de hoofdstad waren er 230 lantaarns nodig. Door gebrek aan middelen werd dit plan niet uitgevoerd.
Precies een eeuw later, in 1886, wordt onder gouverneur Hendrik Jan Smidt opnieuw een poging gedaan de straatverlichting ter hand te nemen.
De lantaarns werden brandende gehouden met petroleum en olie. Deze methode zorgde voor verlichting van de omgeving door lantaarns die soms niet goed branden of uit gingen door de wind.

Terug naar boven

 

Straatverlichting door middel van gas

In maart 1908 wordt door de Koloniale Staten het benodigde kapitaal voor straatverlichting door middel van gas, beschikbaar gesteld aan het gasbedrijf NIGM (Nederlandsch-Indische Gasmaatschappij) toen, nu EBS.

De gouverneur van Suriname Alexander Willem Frederik Idenburg, stelde de algemene concessievoorwaarden vast welke de NIGM na goedkeuring van de Surinaamse begroting van 1908 op 23 maart aanvaardde.
In september dat jaar ving de bouw van de gasfabriek aan, die op 25 oktober 1909 in bedrijf wordt gesteld.
Van 1909 tot 1950 werden de straten van Paramaribo verlicht met gaslantaarns. Deze methode bleek al gauw problemen te veroorzaken, omdat de gaskous, toen ook wel “kowsu” toen genoemd, vaak vervangen moet worden.
Als gevolg hiervan worden de lantaarnopstekers of gaslampaanstekers geïntroduceerd. De lantaarnopsteker moest ervoor zorgen dat zoveel mogelijk elke lantaarn om half 7 s ’avonds op volle sterkte moest branden en s ’morgens om vijf uur wederom op minimumvermogen gesteld moest worden. De lampen gingen dus nooit uit. Dit gebeurde alleen bij reparatie of vervanging van de tere gaskous.
Om de gasrekening van de overheid in balans te houden voert het koloniale gouvernement besparingen door. Bij maanlicht werd de straatverlichting tegen 10 uur ‘s avonds weer op een minimum gesteld door de lantaarnaanstekers.
Na een halve eeuw te hebben bestaan, maakt invoer van elektrische straatverlichting een eind aan dit beroep.

Terug naar boven

BEL 175 voor customer service

Deze dienst is 1x24 uur beschikbaar. E-mail: customerservices@ebs.sr